Koude nachten en bittere ellende

Door Egbert Hollander

  

De vooruitzichten waren goed; bewolkt, regen en een graad of 15 tot 20 overdag, prachtig nazomer weer dus in Aywaille in de Belgische Ardennen.

Na een vlotte reis werd er ingekwartierd in prachtige plastic tenten, waarna men meteen de stevige wandelschoenen onderbond voor een goede wandeling. Terwijl mevrouw Okken en mevrouw Haaksman zich over het inkwartieren ontfermden, togen wij de Ardenner bossen in, om onze eigen hammen flink te teisteren. Hierdoor volgde een prachtige ervaring die gestoeld kan worden onder de noemer ‘leerlingen zijn eigenwijs en je moet niet naar ze luisteren’.

Ten eerste raakte al op de eerste onverharde heuvel die wij aandeden een leerling geblesseerd door onderuit te glijden. Dit vooral door het slecht opvolgen van onze raad om bergschoenen aan te trekken. Daarbij hadden anderen die het bergschoenenadvies in de wind hadden geslagen, al snel last van gigantische blaren, die het bewegen de rest van de week erg bemoeilijkten. Het ijs was gebroken, zou je kunnen stellen.

Ten tweede was deze tocht een foto-wandeling, waarbij u zich moet voorstellen dat middels ‘herkenbare’ foto’s aanwijzingen worden gegeven welke richting dient te worden gevolgd. In de handen van snelle, overijverige leerlingen bleek deze simpele wandeling echter monsterlijk en als gevolg geraakten wij ouderwets verdwaald.

Slechts met behulp van de modernste smartphones en de daarop aanwezige kaarten en navigatie konden wij arme zielen nog de weg terug vinden naar de bewoonde wereld (geachte meneer Veenstra, de rekening voor data verkeer volgt nog…).

Moe, anderhalf uur later dan gepland maar voldaan, keerden wij ‘happy few, we band of brothers’ weder, gesterkt in de wetenschap dat geen “Arden” ons te machtig zou zijn deze week en wij elkaar er doorheen zouden slepen. Na het avondeten, wat deze avond een aardige onvoldoende verdiende, kwamen wij nog even bij elkaar zoals elke avond zou gebeuren, om ons voor te bereiden op het werken aan het sectorwerkstuk, wat een belangrijk onderdeel van deze werkweek zou vormen. Het avondprogramma was gezellig bij een kampvuur zitten en zo rond de klok van twaalf uur werden de slaapzakken opgezocht. Hoe deze nacht verliep is moeilijk te beschrijven, maar als geschiedkundige weet je dat het tijdens het Ardennenoffensief in de tweede wereldoorlog vrij koud was. Laat ik zonder te overdrijven stellen dat het leek of wij hier deze nacht een staartje van mee kregen. Velen, wreed onthouden van een fijne nachtrust, kwamen dinsdag aanzienlijk minder fit uit bed dan zij er maandagavond waren ingedoken.

Dinsdag stond in het teken van een sportief ochtendprogramma en onderzoek voor de leerlingen in de middag. Er werden vlotten gebouwd en ‘gemountainbiked’, wat toch echt minder ontspannend is dan hier tegen de wind in beuken. Dat het zadel dan de laatste kilometers loslaat en zodoende een steeds meer verticale positie aanneemt is ook niet echt fijn. De meeste leerlingen wisten zich echter zeer goed door de stevige klimmen te slaan, waarna natuurlijk de altijd enerverende afdaling over onverharde wegen volgde. Ik overdrijf niet als ik zeg dat in deze groep fietsers een aantal heren en dames zat die de status Bouke Mollema zouden kunnen evenaren. Als ware berggeiten vloog men omhoog en met ware doodsverachting vloog men weer naar beneden. Wederom moe maar voldaan keerden wij aan het einde van de ochtend terug naar onze camping. Dat elk nadeel zijn voordeel kan hebben bewees deze dag wel. Maandag had mevrouw Haaksman op de terugweg met de auto op een doodgereden das gestuit. Daar een van de groepjes leerlingen hier onderzoek naar deden, kon het natuurlijk niet anders of deze das diende aan een grondig biologisch onderzoek te worden blootgesteld. Gevolg: een volledige ontleding van het dier onder de bijzondere belangstelling van het onderzoeksgroepje en de steeds groter groeiende schare mensen die werd aangetrokken door de geur van dode das en de antiperistaltische beweging die deze tot gevolg had.

Het avondeten deze avond was minder onvoldoende dan de avond ervoor en met deze vooruitgang was een ieder erg blij.


Woensdag stond de gehele dag in het teken van de zogenaamde tuigjes, het werd dus tijd om de angst voor het hoge te overwinnen. Dit onder de begeleiding van ervaren klimmers, waarbij het groepje waar ondergetekende in zat, zich gelukkig prees de immer charmante Ari (Arianne op z’n Vlaams schijnt voor Nederlanders te moeilijk te zijn) het voortouw te zien nemen. Opgetogen gingen wij berg op en af via diverse routes, onderwijl onszelf veilig zekerend aan een soort lianen van staal die op strategische punten uit de bergwand leken te groeien, dit alles onder het gejoel van uitgelaten pubers die al snel de pakkende kreet Ari! Ari!’ ten gehore brachten bij elke schijnbaar onmogelijke bergtop die bedwongen moest worden. Waar sommige van de meegereisde biologen dit natuurverschijnsel van dichtbij gingen bekijken, beschouwden anderen het geheel veilig met beide benen op de grond.

Een van de hoogtepunten was toch wel de tokkelbaan. Bergwand van zestig meter hoog, touw van honderd meter, tachtig kilometer per uur gillend gecontroleerd vallen. Voor de meeste een van de meest spectaculaire onderdelen, en voor de begeleiding erg leuk om allemaal enthousiaste leerlingen trillend van de adrenaline onder van het touw te moeten plukken.Als hoogtepunt aan het einde van deze enerverende dag, waar menig leerling en begeleider zichzelf overwon wat betreft hoogtevrees en andere vormen van pure doodsangst, stond een menu van gefrituurde aardappelstengels en gebraden vlees -dit geheel begeleid met sauzen op basis van tomaat, olie en eidooiers- op het menu. De eerste culinaire voldoende was een feit.

Donderdag was er wederom een gemixt programma, waarbij sportieve activiteiten werden afgewisseld met die van informatieverwerking, veelal zoals op de dinsdag. Door wederom mee te gaan met het onderdeel fietsen kwam mij nu een geheel nieuwe groep fietsers voor ogen, volledig bestaand uit dames en eigenlijk onder de bezielende begeleiding van niemand minder dan mevrouw van Eck die, goed voorbereid als ze is, al een jaar met haar bakfiets en twee koters die gigantische bult bij de watertoren bedwingt. Hoewel de route een iets minder fysiek uitdagende was vergeleken met deze bult in Hilversum en de route van dinsdagmiddag, toen er ook meiden mee fietsten, werden er niet minder persoonlijke grenzen verlegd. Dames met volledige afdalingsangst, angst voor modder en nattigheid en een aversie tegen fietsen in het algemeen, wisten zich tot grote hoogten te stuwen en ondanks alle persoonlijke ellende de fietstocht tot een goed einde te brengen, waarvoor hulde.

De meeste groepjes die onderzoek moesten uitvoeren in de omgeving, gebruikten deze middag om naar hun respectievelijke locaties te gaan, waarbij niet onvermeld kan blijven dat meneer de Jong naast bijzonder creatief kunstzinnige ook een zeer begenadigd taxichauffeur bleek. Vanaf een uur of één toog hij onophoudelijk heen en weer om groepjes in dorpen te droppen of naar stations te brengen. Dit, als wij de meereizende groepen moeten geloven, van de ene in de andere anekdote vallend. Als klap op een zorgvuldig van het vierde naar het zesde uur verplaatste vuurpijl,  bracht meneer de Jong ook nog eens een bezoeker van hoger hand mee vanaf het station in Remouchamps.

Vanaf de eerste verdieping binnen onze school was meneer Visser, onze altijd goedlachse roostermaker, op eigen gelegenheid naar de Ardennen getogen. Dit omdat mevrouw van Eck haar kinderen niet langer dan vier dagen kon missen en meneer Zuidema hetzelfde had, maar vooral na vier intensieve dagen een dagje wilde uitrusten op het Comenius. Kortom wij hadden nog een paar oppashanden nodig en wie kan er nu beter structuur in de wildernis brengen dan onze eigen meneer Visser! Door het vele heen en weer reizen was meneer de Jong met meneer Visser en een aantal leerlingen wat te laat voor het diner, maar gelukkig zagen zij dit wederom voldoende smakende gerecht veilig achtergehouden in de keuken van onze camping, zodat ook zij hier van konden genieten.

Deze laatste avond werd er een van veel gezelligheid en opluchting, morgen zouden wij weer naar huis gaan en ‘s avonds in ons eigen bedje slapen. Een speciaal voor ons geïmproviseerd kampvuur was ons deel, daar de mensen van de outdoor- camping ons zo’n enorm leuke groep vonden en ons volgend jaar graag terug zouden zien. De leerlingen vermaakten zich prima op de bowlingbaan of met de pooltafel. Zodoende kwam voor iedereen het einde in zicht, nog één nacht en één activiteit. Wie had kunnen weten dat die laatste loodjes zo zwaar zouden zijn? 


Vrijdagochtend vingen wij allen aan om eerst de slaapverblijven volledig te ontruimen en de boel zo op te ruimen dat wij bij terugkomst van het kajakken gelijk huiswaarts konden keren. Zo geschiedde en rond een uur of half elf lagen wij allen te water, onderweg op onze laatste activiteit, peddelend naar onze reis huiswaarts. De reis duurde aanzienlijk langer dan de bedoeling, daar veel leerlingen als ware “dronkenmannen” met een zigzaggende techniek de rivier afvoeren, zodoende ongeveer de dubbele afstand die nodig was afleggend. Hierdoor was het niet een verschrikkelijk ontspannen vaartocht, waar ik toch echt meer had verwacht van leerlingen die in de omgeving van zulke mooie waterpartijen opgroeien. Het dieptepunt was wel een boot van drie heren die omsloeg op een stuk water met een diepte van niet meer dan twintig cm. Vervolgens dreven zwemvesten, peddels en verdere inhoud van de boot gestaag de rivier af, waardoor ook ondergetekende een volledig nat pak kon halen, dit uit het water vissend.

Moe, nat en koud maar voldaan lieten de leerlingen en begeleiding zich gedwee de bus in drijven, waar onze begeleider ‘haha’ Marnix en ‘Ari’ Arianne ons vrolijk gedag kwamen zeggen. Op naar huis, tamelijk goed door kunnen rijden en rond een uur of half zeven hadden wij de meeste kinderen weer veilig terug kunnen geven aan hun ouders / verzorgers. Terugkijkend kunnen we twee dingen met zekerheid concluderen. De kinderen uit 4 mavo zijn ook dit jaar weer een geweldig leuke groep, die zeker de 100% potentie hebben en ik word te oud voor dit soort reisjes.


 






















































































































Comenius College | Bisonlaan 1 1217 GH Hilversum | tel: 035 - 621 57 51 | fax: 035 - 624 85 61 | info@comeniusnet.nlontwerp en realisatie SchoolMaster BV